2016

Sage

Waarom de klimop altijd groene bladeren gekregen heeft.

‘In grauwe voortijd was de klimop in de zomer groen en in de winter kaal, als elke andere struik. Toen groeide hij nog op de bodem en van klimmen wist hij niets. Daar stond nu in een haag een oeroude eik. Hol was zijn stam, vrijwel twijgloos zijn takken. Alsof hij zijn armen naar hulp uitstrekte zo deinde zijn kale takken in de lucht heen en weer. Zonder beschutting stond hij daar in weer en wind. Dat bedroefde een klimop die kruipend zijn ranken om een wortel legde. Vol medelijden wond hij er zich omheen en groende de stam met zijn blad. Beschut en als verjongd stond de boom daar nu. Hierop spraken de andere klimopbladen “laten wij hetzelfde doen wat onze zuster deed”. En iedereen omrankte de dichts bijgelegen eikenboom. Vlak daarop kwam een engel die door het woud wandelde. Daar zag die de oude eik van klimop omgroent. Geroerd bleef die staan en sprak het verlossende woord: “groene en medelijdende klimopranken, tot loon van je edele daad zal je ook, wanneer de koude winter komt, groen blijven wanneer de barre koude alle andere bladeren bevroren heeft”.’

Tekst sage: http://www.volkoomen.nl/H/Hedera.htm